Risico’s inschatten voor het cliëntenonderzoek

Met welke risicofactoren moet u rekening houden

Hoe maakt u een Wwft Risicobeleid?

De risicogebaseerde aanpak van de Wwft geeft u de ruimte om de intensiteit van het cliëntenonderzoek af te stemmen op de risico’s die de cliënt met zich meebrengt. Maar met welke risico’s dient u rekening te houden? De Wwft (artikel 2.) verplicht u om een risicobeleid te vormen. In dit beleid verwerkt u risicofactoren die van toepassing zijn voor uw kantoor en branche. U bent vrij om dit beleid in te richten naar wens.

Echter dient u wel rekening te houden met een aantal risicofactoren. Met deze risicofactoren kunt u de witwas- en terrorismefinancieringsrisico’s in kaart brengen. U toets elke nieuwe relatie aan de risicofactoren in het risicobeleid. Het resultaat van de toetsing legt u vast en houdt u actueel. Op verzoek van een toezichthouder dient u de resultaten van de toetsing te kunnen overhandigen.

Zijn de risico’s in kaart gebracht dan dient u te beoordelen of u voldoende beheersmaatregelen heeft om de risico’s te mitigeren. U kunt dan beslissen om aanvullende maatregelen te treffen of de cliënt niet te accepteren. De beoordeling, procedures en maatregelen worden vastgelegd in het risicobeleid.

U mag gebruik maken van uw “onderbuikgevoel” wanneer u de risico’s in kaart brengt.

Risicofactoren

Cliëntrisico

Productrisico

Geografische risico

Met welke CDD-risico’s moet u rekening houden?

De Wwft verplicht u in ieder geval rekening te houden met de risicofactoren bedoeld in de bijlage van de vierde anti-witwasrichtlijn. Deze risicofactoren zijn: cliënt, product-, dienst-, transactie- of leveringskanaal gebonden en geografische risico’s. Let wel op: de lijst is niet limitatief. U mag de cliënt ook toetsen aan risicofactoren die voor u van toepassing zijn.

Wat zijn cliëntrisico’s

Complexe groepsstructuur

Hanteert het bedrijf een complexe groepsstructuur, dan is er sprake van een hoog risico. Bij complexe groepsstructuren is het moeilijk te achterhalen wie de UBO‘s zijn. Immers wil de UBO niet gevonden worden. Een transparantie groepsstructuur is een teken van vertrouwen.

Doelgroep

Is de cliënt gevestigd binnen het gebruikelijke werkgebied dan is er sprake van weinig risico. Immers zijn er geen redenen om te twijfelen waarom de client producten of diensten van u wilt afnemen. Is de cliënt niet gevestigd in uw gebruikelijke werkgebied dan wilt u hier onderzoek naar doen. Immers is het niet duidelijk of logisch waarom de cliënt bij u producten of diensten afneemt.

Cash intensieve branches

Branches waar veel contant geld wordt gebruikt zijn gevoeliger voor witwassen. In deze branches kan illegaal verkregen geld makkelijk omgezet worden naar legaal geld. Voorbeelden van deze branches zijn taxi en horeca.

Wat zijn productrisico’s

Subjectieve waarde

Is de waarde van een product of dienst moeilijk vast te stellen, dan is er een verhoogde kans op witwassen of frauderen. Denk bijvoorbeeld aan beeld en kunst. Ook de waarde van onroerend goed is voor een gedeelte subjectief. Er kan dus makkelijk worden gerommeld met de waarde. Producten en diensten met een subjectieve waarde worden vaak ingedeeld in een hoger risicoclassificatie.

Branche hoge kans op witwassen

In sommige branches is de kans op witwassen groter dan andere branches. Sommige branches zijn namelijk gevoeliger voor fraude of witwassen. Voorbeelden hiervan zijn horeca, antiekhandel en autohandel. Denk ook aan branches die een hoge reputatierisico met zich meebrengen zoals coffee- en seksshops. Het is aan de financiële instelling om het risico in te schatten per branche.

Ongebruikelijke koopvraag

De koopvraag dient te passen bij de aard en omvang van de bedrijfsactiviteiten van uw cliënt. Het is bijvoorbeeld ongebruikelijk wanneer de lokale bakker diensten wilt afnemen bij een notaris om een vestiging te openen in het buitenland. Wordt het niet duidelijk waarom de cliënt een ongebruikelijke dienst wilt afnemen gezien de aard, dan is er sprake van een verhoogd risico.

Wat zijn geografische risico’s

Sanctielijsten

De Nederlandse Sanctiewet van 1977 bevat sanctiemaatregelen die opgelegd zijn tegen meerdere landen, personen en entiteiten. Sancties worden ook opgelegd door de Verenigde Naties (VN) en/of Europese Unie. Dit betreffen schendingen van internationale wet- en regelgeving of het bestrijden van terrorisme. Een Wwft-plichtige instelling controleert de lijsten waarop personen en entiteiten zijn vermeld op grond van afspraken die door de VN, EU-unie, Nederlandse Overheid en de Verenigde Staten zijn gemaakt.

Dit zijn onder andere de volgende lijsten:

  • VN-terrorismelijst;
  • Sanctielijsten van de Europese Unie;
  • Nationale Terrorismelijst;
  • de Office of Foreign Assets Control (OFAC) lists, de Amerikaanse sanctielijsten.

Exporteren van producten of diensten

Wanneer de cliënt product of dienst inkoopt en gebruikt voor haar eigen klanten, dan wilt u weten waar deze klanten zijn gevestigd. Levert de cliënt producten of diensten binnen Nederland, dan is er sprake van een laag risico. Levert de cliënt producten of diensten buiten EU of aan sanctielanden, dan is er sprake van een verhoogd of hoog risico.

Vestiging

Voor dit risico heeft een Wwft-plichtige instelling informatie nodig over de vestigingsadres van de cliënt en UBO. Sommige landen brengen meer risico’s met zich mee dan andere landen op gebied van witwassen of terrorismefinanciering. Hiervoor dient u te letten op landen die tekortkomingen tonen op gebied van Wwft. Sommige landen staan bekend om criminele activiteiten. Is de cliënt of UBO gevestigd of draagt de nationaliteit van een hoog risicoland, dan leidt dit tot een hoog risico.

Met behulp van een puntenmatrix kunt u gemakkelijk de CDD risico’s in kaart brengen

Download hier ons Customer Diligence risico puntenmatrix